De dolmen van Wéris
(of het noordelijk ganggraaf of Wéris I)
De " dolmen van Wéris " -later de " allée
couverte nord " (noordelijk ganggraaf) genoemd- was bekend rond 1850,
maar de Belgische Staat kocht het monument alleen in 1882 voor de som
van 1200 BEF. Opgravingen vonden plaats vanaf 1888, maar serieuze
opgravingen begonnen in het begin van de jaren tachtig met
François Hubert, archeoloog van de " Service national des
Fouilles " (Nationale Dienst voor Opgravingen), tegenwoordig de "
Service des Fouilles de la Région wallonne " (Dienst voor
Opgravingen van het Waals Gewest).

Ed. G.L.L., Aywaille (Coll. Pera)

Plan na restauratie ( ©
Région wallonne)
Het hunebed van Wéris, dat noord-noordoostelijk
geörienteerd is, bestaat uit een rechthoekige grafkamer (6 x
1,70 x 1,50 m) en een kort, onoverdekt voorportaal. De kamer is
ingesloten tussen vier pijlers E-F-I-L, waarop twee dallen J en K
rusten, die het dak uitmaken. De steen aan het hoofdeinde wordt
ondersteund door een omvangrijke blok puddingsteen G (1,90 x 1,60 x
0,80 m). De menhir A, die tegenwoordig weer op zijn oorspronkelijke
plaats staat, wordt dan weer ondersteund door een andere puddingsteen.
Met een hoogte van 2,84 m was deze zonder twijfel de aanwijzingsmenhir.
De twee stenen N en O, waarin bovenaan een opening is gemaakt, worden
op hun plaats gehouden door twee horizontaal geplaatste blokken M en B.
De vestibule wordt afgebakend door twee pijlers C en D.
Volgens François Hubert reikte de glooiing ten oosten van
het hunebed oorspronkelijk tot over het monument. Deze grafheuvel werd
aan het licht gebracht door Gallo-Romeinen, toen deze een weg aanlegden
die nu nog "Chemin des Romains" wordt genoemd.
Opgravingen in de onmiddellijke omgeving van het noordelijk hunebed
leverden enkele voorwerpen op die dateren uit het Neolithicum, de
Ijzertijd en de GalloRomeinse periode. De beenderen die men heeft
aangetroffen wijzen op de funeraire bestemming van het monument. Het
neolithisch materiaal bevat meer bepaald silexafslagen, pijlpunten van
de Seine-Oise-Marnecultuur, een krabber, een ronde, platte steen van
phyllade en fragmenten van een vaas van de Klokbekercultuur.
MENHIRS
Behalve de menhir A, vinden we twee andere menhirs heropgericht voor
het hunebed en verscheidene blokken (stukken van menhirs ?).

