Megalieten van Wéris : datering
In het bekken van Parijs kende de Seine-Oise-Marnecultuur de grootste bewoningsdensiteit. Zij ontwikkelde zich aldaar op het einde van het Neolithicum tussen 2600 en 1800 voor onze tijdrekening. In het begin van het derde milennium breidde deze cultuur zich uit over heel België. Geen enkele verblijfplaats in Wallonië is totnogtoe opgegraven. De Seine-Oise-Marnebevolking onderscheidt zich door hun manier van begraven, hetzij in collectieve stapels van doodsbeenderen, hetzij in ganggraven.

De Fagne-Famenne-depressie in Wallonië, bestaande uit leisteen, wordt in het zuiden en in het noordoosten gedomineerd door een smal kalkrotsplateau. Op die kalkplaat bevinden zich de megalithische monumenten, karakteristiek voor de Seine-Oise-Marnecultuur : de menhir van Baileux, de collectieve begraafplaats met het halve hunebed van Martouzin, het ganggraf van Jemelle en van Jemeppe-Hargimont (verdwenen), de menhirs van Forrières, en het megalithisch complex van Wéris.
De twee hunebedden van Wéris nu zijn collectieve begraafplaatsen van de Seine-Oise-Marnecultuur of van de Hessen-Westfalencultuur. Men heeft er erg weinig archeologisch materiaal aangetroffen. Het bevestigt nochtans de funeraire bestemming en de datering van beide monumenten (derde millenium voor Christus, tussen 3000 en 2800).

