De menhirs




De menhir (uit het Bretoense "men", steen en "hir", lang) is een monoliet, minder breed dan hoog, vertikaal opgericht en in de grond gezet. Verwees hij naar de grafplaats, is hij de getuigenis van een zonnecultus of gaat het eenvoudigweg om een grenspaal ? Alle hypothesen werden aangevoerd zonder hierover uitsluitsel te vinden.
In Wéris, bij de archeologische opgravingen zijn een reeks verdwenen menhirs aan het licht gekomen, waarvan sommige reeds in de Gallo-Romeinse periode moeten verplaatst zijn. Anderen zijn ingegraven hetzij door de eerste christenen die alle sporen van de heidense beschaving wilden doen verdwijnen, hetzij door landbouwers die de grootst mogeliike oppervlakte aan grond in cultuur wilden brengen. Men heeft de kuilen die gegraven zijn om de stenen recht te zetten weergevonden. De stenen zijn niet op hun oorspronkelijke plaats opnieuw rechtgerit, vermits het om cultuurgrond gaat.
Zo zijn de drie menhirs van Oppagne heropgericht na hun ontdekking onder een laag aarde. De menhir Danthine die in het veld lag, is 130 m van zijn oorspronkelijke standplaats verwijderd en langs de baan Barvaux-Erezée gezet in 1947. De twee andere menhirs van het "Champ de la Longue Pierre" (Lange Steenveld) die men in 1984 heeft ontdekt hebben een voorlopig onderkomen gevonden voor het noordelijk hunebed.

In Wéris vindt u méér dan 20 menhirs. De meest bekende zijn :

Oppagne

Wéris II

La Longue Pierre

Wéris I

Morville

Ozo


Heyd